Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
temperatuur, die hooger is dan de gemiddelde temperatuur der
plaats, noemt men wanne bronnen of thermen (thermè Gr. = warmte).
Deze hooge temperatuur ontvangt het water van de aardwarmte,
en dus staat ze met het vulkanisme in het nauwste verband. Hoe
hooger de temperatuur dier bronnen is, des te grooter is de diepte,
waaruit zij opborrelen. Daar heet water gemakkelijker vaste stoffen
oplost dan koud water, bevatten de warme bronnen gewoonlijk veel
minerale bestanddeelen, en noemt men ze daarnaar ook minerale
bronnen.
De Carlsbader bronnen leveren koolzure kalk, koolzure natron en
glauberzout. De heete zwavelbron van Warasdin-Teplitz in Croatië
levert eiken dag 77000 emmers water van 56° C. Deze bron heeft,
volgens berekening, sedert het begin onzer jaartelling 4000 mil.
K.G. vaste stoffen aan de oppervlakte der aarde gebracht.
De warme bronnen zijn een middel van bestaan voor de omringende
streken. Daar ze dikwijls geneeskrachtige eigenschappen bezitten. zijn
in de nabijheid dier bronnen steden ontstaan, waar zich jaarlijks de
rijkdom van groote gedeelten der aarde vereenigt.
§ 10. Geisers. Enkele warme bronnen onderscheiden zich daar-
door, dat zij niet geregeld vloeien, maar een tijdlang in rust zijn,
daarna weer beginnen te werken en zelfs het warme, meest kokende
water met een meer of minder hoogen straal in de hoogte voeren,
om hierop weer een bepaalden tijd van rust te doen volgen. Deze
heete springbronnen noemt men geisers (geiser = blazer). De meest
bekende is de Geiser op IJsland, waarnaar deze soort van bronnen
hun naam ontving. Het ontstaan dezer verschijnselen zullen wij
nagaan bij den Geiser op IJsland. Zie fig. 66.
p. Door de afzetting van
' kiezelzuur heeft zich de
Geiser een vlakken kegel
van 10 M. hoogte en
70 M. middellijn opge-
bouwd. Op den top van
dien kegel ligt een scho-
telvormig bekken van
2,3 M.v diepte en 20 M.
middellijn. Uit dit bekken
dringt een cylindrisgh
kanaal van 3 M. wijdte
met steile, gepolijste wanden in de diepte door.
Het water, dat het bekken en de buis vult, is in gewone toe-
H. Blink, Wis- en Natuurk. Aardrijkskunde. • 9