Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
127
boven de zee, doch met het einde van dit jaar was het reeds
weder verdwenen. Twee der eilandjes met de uitbarsting van Kra-
katau iu Aug. 1883 ontstaan, waren in Aug. 1884 reeds weder
onzichtbaar.
§ 7. Oorzaken der erupties. Daar de temperatuur steeds toe-
neemt naarmate men dieper in de aarde doordringt, is men tot
het besluit gekomen , dat in de diepte der aarde nog altijd groote
warmtebronnen aanwezig moeten zijn. Die toeneming der tempera-
tuur met de diepte is niet overal gelijk-, als gemiddelde-wordt wel
opgegeven 1° C. op elke 33 M., maar op onderscheidene plaatsen wijkt
de werkelijkheid veel van dit gemiddelde af.
Op eene bepaalde diepte in de aarde moeten, volgens deze mee-
ning , de vaste stoffen der aarde door de hitte gloeiend-vloeibaar
zijn. De vaste aardkorst is, zooals wij reeds zagen, ontstaan uit de
afkoeling van dat gloeiend vloeibare der oorspronkelijke aarde.
De lithosfeer omsluit nu dat gloeiend vloeibare en oefent er van
alle zijden drukking op uit. Was die drukking overal volkomen gelijk,
dan zou er evenwicht zijn; doch daar dit niet het geval is, wordt
het gloeiend-vloeibare op de meest zwakke plaatsen van de lithos-
feer in scheuren en openingen geperst en komt van hier aan de
oppervlakte. Borrelt hierbij de lava rustig op, dan ontstaat er een
homogene vulkaan. Dikwijls dringt echter het water der aardopper-
vlakte in deze gloeiende massa door, waar het door de warmte
tracht te verdampen. In de diepte is dit echter onmogelijk door
de sterke drukking van de bovenste lagen. (Hoe grooter de druk-
king op het water is, des te hooger moet de temperatuur zijn tot
de verdamping). Doch zoodra de lava met dit gloeiende water onder
den krater komt en dus de drukking van boven vermindert, gaat
het gloeiende water in damp over en drijft de lava met kracht in
de hoogte. Hierdoor ontstaan de verschijnselen, die men bij eene
eruptie kan waarnemen, en die de strato-vulkanen opbouwen, 't Is
dus geen wonder, dat deze meest in de nabijheid, der zee gevonden
worden (water).
Terwijl bij de homogene vulkanen de rustige, normale vulkani-
sche kracht werkzaam is , leveren de strato-vulkanen bij hun ontstaan
en werking de indrukwekkende verschijnselen op, die niet het ken-
merk van het vulkanisme zijn, doch er soms verkeerdelijk voor worden
aangezien.
Vragen.
1. Hoe kan men verklaren, dat de vulkanen meest aan de gebroken randen
der continenten liggen ?
2. Waardoor vindt men de meeste strato-vulkanen in de nabijheid der zee ?