Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
aarde gaat, kan men alleen waarnemen volgens den schijnbaren
horizon. Daarom noemt men den schijnbaren horizon, waarvan zich
de sterrenkundigen bedienen, ook wel astronojuischen horizon^ Zoo
dikwijls in het vervolg het woord horizon gebruikt wordt, behoort
men te denken aan den waren horizon.
De natuurlijke horizon vormt geen plat vlak en zal hierdoor
ook nimmer met den waren horizon samenvallen. Men noemt den
hoek, welken de natuurlijke horizon of kim met den waren (of schijn-
baren horizon) maakt, de kimduiking, Hoe hooger men zich verheft,
des te grooter zal ook de kimduiking zijn.
Vragen.
1. Waardoor schijnen de hemellichamen op gelijken afstand van ons verwijderd
te zijn?
2. Wat verstaat men onder natuurlijken horizon of kim ? Wat beteekent
3. Wat verstaat men door schijnbaren of astronomischen horizon? Waarom geeft
men ook dezen laatsten naam er aan?
4. Wat verstaat men ondqr den waren horizon?
5. Verklaar, wat men onder zenith, nadir en vertii:ale lijn ■ verstaat.
6. Wat zijn verticaalcirkels? Zijn het groote of kleine cirkels?
7. Hoeveel verticaalcirkels heeft elke plaats op aarde? Onder welke hoeken
snijden zij den horizon?
8. Hoe groot is de afstand van den waren tot den schijnbaren horizon ^ Waar-
om kan men zich denken in de sterrenkunde, dat deze samenvallen?
9. H-oe moeten twee plaatsen op aarde liggen, om dezelfde verticale lijn en
denzelfden waren horizon te hebben?
10. Wat verstaat men door kimduiking?
§ 6. Bepaling der hemelstreken. Bevinden wij ons des avonds
buiten, dan kunnen wij te midden van al die schijnbaar onregel-
matig verspreide hemellichamen, in het noorden gemakkelijk een
groep van 7 sterren opmerken. Deze groep, zie fig. 3, welke
bij helder weder altijd zichtbaar is, noemt men den Grooten Beer
of den Wagen,
De twee voorste sterren, a en /J. noemt men de wijzers, omdat
eene rechte lijn door deze sterren getrokken, op nagenoeg 5 maal
dien afstand eene heldere ster aanwijst, welke onbewegelijk aan den
hemel staat. Deze ster is de Poolster en zij behoort weder tot
eene groep, die men den Kleinen Beer noemt. Zie fig. 3. Zulke groepen,
waarvan de afzonderlijke sterren altijd denzelfden stand ten opzichte
van elkander behouden, noemt men sterrenbeelden.
Onbeweeglijk staat de poolster aan onzen noordelijken hemel.
Stellen wij ons nu voor des avonds buiten te zijn op eene vlakte;
boven ons het zenith, onder ons, hoewel onzichtbaar, ligt het nadir,
en in ons verlengde de verticale lijn of loodlijn. Nu denken wij
ons een verticaalcirkel, welke juist door die poolster gaat. Het