Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Behalve deze vindt men nog een groot aantal zoogenaamde
uitgedoofde vulkanen. Het hoogland van Auvergne, de Eifel aan
den Rijn, de gebergten van Middel-Duitschland en de Phlegreische
velden bij Napels vertoonen o. a. nog duidelijke sporen van vroegere
vulkanische werkzaamheid.
Wanneer wij nu op de kaart de verbreiding der vulkanen nagaan,
valt het in 't oog:
I. dat zij veel gevonden worden op plaatsen, waar de continenten
met de spitsen elkander naderen;
II. dat er vele gevonden worden aan de gebroken randen der
continenten;
III. dat de meeste vulkanen in de nabijheid der zee liggen.
§ 4. Werkzaamheid der vulkanen. De normale werkzaamheid der
vulkanen bestaal in het golvend op- en neder gaan van de gloeiende
lava in den krater, bij enkele in het rustig wegvloeien der lava over
den kraterwa'nd en in het uitstroomen van gassen en dampen uit de
spleten en kloven des vulkaans. Bovenal is het de waterdamp, welke
sissend en bruisend uit de spleten te voorschijn komt. Zwavelwater-
stof, zwaveldamp, chloorwaterstof, koolzuur, waterstofgas en andere
gassen vergezellen gewoonlijk den waterdamp.
Soms kan de vulkanische werkzaamheid sterk stijgen, en men
verkrijgt dat, wat men eene eruptie of uitbarsting noemt. Meer of
minder sterke aardbevingen en een onderaardsch gerommel gaan
eene uitbarsting gewoonlijk vooraf. Eindelijk barst de kraterbo-
dem; gloeiende lavabommen worden in de hoogte geslingerd en
eene zwarte uit rook, asch en damp bestaande zuil stijgt naar boven
en breidt zich in de hoogte als eene reusachtige kroon van donker-
zwarte wolken uit. Hevige onweders vergezellen gewoonlijk eene
uitbarsting; ^de zon is te zwak de dichte wolken te doorboren, alleen
de felle bliksems verbreken van tijd tot tijd den zwarten nacht.
De lava, welke uit den krater stroomt, is gewoonlijk nog met gloeiend
\vater gevuld, dat buiten den krater den steeds ^dunner wordenden lava-
stroom doorbreekt, en hier telkens kleine uitbarstingen doet plaats
hebben. Zie fig. 56. Hierdoor ontstaan de blaasholten en poriën
iri de lavagesteenten.
De lavastroomen verschillen zeer in grootte bij de verschillende
vulkanen. De Vesuvius-uitbarsting doet dikwijls lavastroomen van
3—4 K.M. lang en 1000 M. breed ontstaan. Veel grooter zijn de
lavastroomen der IJslandsche vulkanen. Den ii Juni 1783 vloeide
er uit den Skapter Jökul op dit eiland een lavastroom, die het dal
der Skapterrivier, dat tusschen rotsen van 150—200 M. hoogte