Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii8
geschiedenis der aarde. De tijd waarin wij leven behoort hiertoe. Deze
periode wordt door de geologen nog weder in twee tijdperken
verdeeld, in het diluvium (het oudste; het beteekent vloedgrond,
omdat men vroeger meende, dat deze gronden door één watervloed
gevormd waren), en het alluvium (het jongste gedeelte, alluvium =
aanspoelsel). De grens van deze beide tijdperken is niet met juist-
heid aan te geven. Vroeger nam men het verschijnen van den mensch
op aarde als den aanvang van het alluvium aan; echter is later
gebleken, dat de mensch ook reeds leefde tijdens het diluvium.
Gedurende het diluvium nadert de aarde reeds tot haar tegenwoor-
digen toestand. Toch heeft men in dien tijd nog eene groote revolutie
in het klimaat. Een langen tijd was gedurende het diluvium de tem-
peratuur in het noordelijk halfrond zóó laag, dat een groot gedeelte
van Europa en N.-Amerika door gletschers bedekt waren. Noord-
Duitschland en ook ons vaderland lagen toen als onder een gletscherveld
verloren, dat echter voor het einde van het diluvium ook weer verdween.
Men noemt dezen tijd daarnaar ook het ijstijdperk. De oorzaken
van die verlaging van temperatuur zijn nog niet met zekerheid bekend.
Dat het ijs zich echter over zulk een groot gebied heeft uitgestrekt,
daarvoor zijn bewijzen in overvloed.
Onder het alluvium rekent men de vormingen, welke op dit oogen-
blik nog ontstaan. Men brengt daartoe de bezinksels der hedendaag-
sehe zeeën, aanslibbingen der rivieren (delta's), duinen, zandver-
stuivingen, venen, de lava's der hedendaagsche vulkanen, koraal-
riffen, enz. Echter werkten de krachten, die op dit oogenblik de
aarde vervormen, ook vroeger, zoodat hetgeen wij thans zien, slechts
eene voortzetting van vroegeren arbeid is.
XIX. KracMen, die de aardoppervlakte veranderen.
A. KRACHTEN IN DE AARDE.
I. vulkanisme.
§ I. Omvang van het vulkanisme. Onder vulkanisme rekent men
alle verschijnselen, die met de eigen temperatuur der aarde in vier-
hand staan. Niet alleen behooren hiertoe dus de eigenlijke vulkanen,
doch warme bronnen, dampbronnen, verheffingen en dalingen van
de aardkorst, aardbevingen en andere dergelijke verschijnselen, die
in de temperatuur der aarde hun oorzaak vinden, kunnen er toe
gerekend worden. Deze onderscheidene verschijnselen zijn dikwijls
gevolgen van dezelfde krachten.