Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii6
grondslag gelegd voor de uitgebreide steenkolenbeddingen. Vele
andere steensoorten ontstonden eveneens in dien tijd.
II. Secondaire periode. Tijdens de secondaire periode
zijn planten en dieren reeds meer ontwikkeld, maar onderscheiden
zich toch nog aanmerkelijk van de tegenwoordige vormen. De lagere
vormen uit de vorige periode verdwijnen meer en meer. Uitgebreide
wouden van tropische- en later subtropische coniferen (kegeldragenden)
F'g- 53-
Dieren uit de secondaire periode.
ziet men verrijzen, trotsche varens en paardestaartachtige planten
verheffen zich. Reusachtige vischhagedissen, welke sterk van de tegen-
woordige ^afwijken, en koppootige weekdieren zijn karakteristiek. De
koraaldieren behooren in dien tijd reeds tot de tegenwoordige soorten.
De eerste zoogdieren, buideldieren, verschijnen op het tooneel der
aarde.
III. Tertiaire periode. In dezen tijd nadert de aarde reeds
tot de tegenwoordige toestanden en onze huisdieren komen lang-
zaam te voorschijn. Paarden, zwijnen, olifanten, antilopen en herten
verdringen de gedrochtelijke monsters der vorige periode.
Ook de planten vertoonen dien ontwikkelingsgang; het naaldhout
wordt meer en meer verdrongen door de loofboomen, palmen wuiven
met hunne kronen in den wind en veelkleurige bloemen versieren
reeds de vlakten.
De eigen warmte der aarde neemt af en hierdoor is de tempe-
ratuur afhankelijk van de zonnewarmte. Zoo ontstaan de jaargetijden,