Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
Eens was de ruimte van ons zonnestelsel met eene kosmische
stof gevuld. Door de warmteuitstraling en de onderlinge aantrek-
kingskracht vormde deze stof eindelijk een rondwentelenden nevel-
bol. Deze nevelbol bezat eene zeer hooge temperatuur, en ging
bij verdere afkoeling in een gloeiend-vloeibaren toestand over. Door
de aswenteling zette zich die gloeiend-vloeibare bol aan den evenaar
sterk uit, en -eindelijk rukte er zich zelfs een ring van los, welke
om het hoofdlichaam bleef wentelen. Doch bij de geringste verstoring
in het evenwicht brak de ring en daarna voegden zich hare deelen
door de onderlinge aantrekkingskracht weder bij elkander, om een
zelfstandigen bol te vormen. Deze bol wentelde in dezelfde richting
door de ruimte als het hoofdlichaam om hare as, en koelde door
zijne geringere grootte sneller af.
Na het afscheiden van dezen eersten bol werden er nog meer
bollen afgescheiden, totdat eindelijk het hoofdlichaam vastheid genoeg
bezat, om dit afscheiden van bollen tegen te gaan.
Het hoofdlichaam is de zon, en de afgescheiden bollen zijn de
planeten, welke om de zon wentelen. Enkele van deze planeten
wierpen in het begin ook zelve nog bollen af, die om de hoofd-
planeet bleven wentelen en met deze eene baan om de zon be-
schrijven. Dit zijn de bijplaneten of manen.
Op de omschreven wijze is dus zeer waarschijnlijk de aarde ge-
vormd door de aswenteling der zon, en de maan door de aswenteling
der aarde.
Ook de afplatting van onze aarde aan de polen is nog een gevolg
van die aswenteling, toen de aarde in gloeiend-vloeibaren toestand was.
§ 2. Verdere geschiedenis der aarde. De gloeiend-vloeibare aarde
koelde achter meer en meer af, '"en de harde korst, welke op hare
oppervlakte gevormd werd, was het eerste gesteente. Door de ver-
dere afkoeling der aarde en door tal van andere oorzaken werd
dit eerste gesteente telkens nog weder verbroken en vervormd, en
na eene zeer lange geschiedenis is de aardkorst onder allerlei in-
vloeden eindelijk geworden wat zij thans is.
Van de eerste tijden der ontwikkelinggeschiedenis onzer aarde
weten wij niets met zekerheid. Doch toen de aarde eindelijk met
planten en dieren bewoond werd, lieten deze er hunne overblijfselen
achter, en uit die planten- en dierenfossielen kan men nu het een
'en ander afleiden omtrent den toestand der aarde. Overblijfselen van
zeedieren wijzen bijv. op eene vroegere aanwezigheid der zee, tro-
pische plantenfossielen in de koude luchtstreek wijzen aan, dat het
klimaat daar vroeger anders moet geweest zijn.