Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
"3
(van 't Lat. planus = effen) en aan den Amazonenstroom selva's
(silva Lat. = woud). Naar het klimaat hebben al deze vlakten
eene bijzondere gesteldheid.
Vraag.
i. Waar vindt men de meeste laagvlakten? (Volgens de kaart.)
§ 4. Hooglanden. Bij de hoogvlakten onderscheidt men weer
hoogvlakten , gebergten en bergen.
Hoogvlakten zijn vlakten boven 400 M. (Zwab.-Beiersche hoogvl.
500—550 M.). De hoogvlakten van aanzienlijke uitgebreidheid noemt
men ook wel plateaux of tafellanden.
Afzonderlijke, geïsoleerde verheffingen van een gedeelte der aarde
noemt men bergen.
Zijn verschillende bergen blijkbaar tot een stelsel vereenigd, dan
spreekt men van gebergten. Gebergten, waarbij de bergen in ée'n of
meer rijen liggen, vormen bergketens.
De lijn, welke men over de toppen der verschillende bergen van
eene keten kan trekken, noemt men naar haar getanden vorm
bergkam. In Spanje noemt men daarnaar een bergketen ook siërra
d. i. zaag.
De laagten of inzinkingen tusschen de verschillende bergtoppen
van een gebergte of keten noemt men passen. Zij maken het pas-
seeren over de gebergten gemakkelijk. De bergwegen legt men dan
ook meest aan door die passen.
Naar den vorm onderscheidt men nog koepel-, klok-, kegel-,
piek-, naald- en tafelbergen. Zie fig. 51.
De inzinkingen of laagten in de gebergten noemt men dalen. Is
de richting van het dal nagenoeg evenwijdig aan die van het ge-
bergte, dan spreekt men van lengtedalen \ is dit niet het geval dan
heeft men divarsdalen. Een dal, dat aan alle zijden door gebergten
omringd is, noemt men keteldal.
Naar hunne hoogte onderscheidt men nog voorbergen ^oc—600 M.,
middelgebergten van 600—2000 M. en hooggebergten boven 2000 M.
XVIII. De geschiedenis der aarde.
§ 1. Het ontstaan der aarde. Met volkomen zekerheid kan de
wetenschap nog niets zeggen omtrent het ontstaan der aarde. De
hypothese, welke door Kant en later door I-aplace daarover ont-
wikkeld is, heeft echter zeer veel waarschijnlijkheid, zoodat ze thans
ook bijna algemeen wordt aangenomen. Deze hypothese komt op het
volgende neer.
H. Blink, Wis- en Natuurk. Aardrijksk. 8