Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
io6
hij langs de westkust van Europa tot in de Poolzee doordringt.
Tusschen 40° en 50° N.Br. scheidt zich een stroom rechts van den
Golfstroom af, die langs de kust van Afrika naar het Z. stroomt, om
zich weder met den Equatoriaalstroom te vereenigen. Het stille gedeelte
der zee, dat hierdoor wordt ingesloten, is met verschillende zeeplanten
begroeid en heet daarnaar Sargasso-zee (sargasso Portugeesch = zee-
wier). De Floridastroom en Golfstroom zijn warme zeestroomen.
III. Langs de O.kust van Zuid-Amerika gaat een tak van den
Equatoriaalstroom naar het zuiden, de Brazilaansche stroom ge-
noemd. Dit is een warme stroom.
IV. De Labradorstroom gaat uit de Davisstraat naar
het zuiden, en dringt als Gold-Wall tusschen den Floridastroom en
de kust. Koude stroom.
V. De Zuid-Afrikaansche of Benguela-stroom dringt
langs Afrika's westkust naar het noorden. Koude stroom.
In den Grooten Oceaan heeft men verder den Koero-Siwo of
Zwarten stroom, wélke in beteekenis en oorsprong veel met den
Floridastroom en Golfstroom overeenkomt; den Humboldts- of Peru-
aanschen stroom, welke met den Zuid-Afrikaanschen stroom overeen-
komt en den Oost-Australischen stroom (vergelijk dezen met den
Braziliaanschen stroom). In den Indischen Oceaan heeft men behalve
den Equatoriaalstroom nog de Moessonstroomen, den Agulhaz-stroom
en den West-Australischen stroom.
Opgave.
i. Ga na op de kaart, welke van deze warme en welke koude zeestroomingen
zijn, en verklaar waarom.
§ 2. Ontstaan der zeestroomen. Wanneer men eene kaart van de
heerschende winden vergelijkt met de kaart der zeestroomen, valt
de overeenkomst tusschen beide duidelijk in 't oog. Dit, gevoegd bij
nadere onderzoekingen, heeft tot het besluit geleid, dat de zeestroo-
men ontstaan door de heerschende winden. De wind deelt hare bewe-
ging aan het water mede, en zoo ontstaat er eene beweging bij de
waterdeeltjes aan de oppervlakte, welke deze aan de dieper liggende
lagen gedeeltelijk overbrengen.
De Equatoriaalstroom ontstaat door de heerschende passaten. In
het gebied der windstilten wordt de Equatoriale tegenstroom gevon-
den. Deze tegenstroom ontstaat niet direct door den wind, doch is
als een reactiestroom van den dubbelen Equatoriaalstroom te be-
schouwen. Waar het water zich in eene bepaalde richting beweegt,
moet de daardoor ontstane ruimte weder aangevuld worden, en
hierdoor doet de Equatoriaalstroom langs hare geheele lengte een
reactiestroom ontstaan. Deze reactiestroom wordt versterkt door den