Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
5
van een hollen kogel. Hierdoor wordt het schijnbare hemelgewelf
gevormd, dat de aarde aan alle zijden omringt en waaraan de hemel
lichamen bevestigd schijnen. Wij zien slechts de helft van dat gewelf
In werkelijkheid bestaat dit gewelf niet en de hemellichamen, welk
er op gelijken afstand van ons aan bevestigd schijnen, zijn op zee
verschillende afstanden van ons verwijderd. Doch daar wij het ver
schil in afstand recht voor ons uit met het oog niet meten kunnen
komen ons die afstanden gelijk voor.
Bevinden wij nu ons op eene vrije vlakte, dan wordt ons gezichts
veld begrensd door het hemelgewelf, dat op de aarde schijnt te
rusten. Die cirkelvormige grens van ons gezichtsveld noemt men
horizon (van het Grieksche horizein = begrenzen) of kim. Daar
deze horizon door de natuur wordt aangegeven, noemt men hem
«natuurlijken» horizon.
Gewoonlijk geeft men ook het vlak, dat de horizon insluit, den-
zelfden naam, zoodat men met horizon eigenlijk het ^vlak van den
horizom bedoelt.
De waarnemer staat in het middelpunt van zijn natuurlijken horizon;
zijne plaats noemt men het standpunt. Verandert een waarnemer van
standpunt, dan verandert ook zijn natuurlijke horizon; verheft hij
zich boven de aardoppervlakte, dan daalt zijn natuurlijken horizon.
(Zie fig. i.)
Het raakvlak aan de aarde door het standpunt van den waarnemer
gebracht en aan alle zijden naar het hemelgewelf uitgestrekt, noemt
men zijn schijnbaren of astronomischen horizon.
Denkt men zich evenwijdig aan den schijnbaren horizon een vlak
door het middelpunt der aarde, dan noemt men dit den waren
horizon.
Het punt aan den hemel, loodrecht boven het hoofd van den
waarnemer, noemt men het zenith of toppunt (van 't Arab, semt =
weg, pad; volledig semt-oer ras = schedeloord van ras = hoofd ').
Dit zenith ligt dus go" boven den horizon.
Het punt aan den hemel tegenover het zenith, dus onder de
voeten des waarnemers, noemt men nadir of voetpunt (Arabisch
nadir = tegenoverliggend).
De rechte lijn, die het zenith met het nadir verbindt, noemt men
verticale lijn of loodlijn; ook wel enkel verticaal.
Men kan zich een oneindig aantal cirkels denken, welke alle dezelfde
verticaal tot middellijn hebben en die in alle richtingen het hemel-
') Vele termen in de sterrenkunde zijn aan het Arabisch ontleend, daar de
Arabieren na de verovering van Egypte en Spanje de kennis der sterrenkunde
in Europa verbreidden.