Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Wij hebben reeds gezien (bladz. 25), dat de beweging der aarde
op hare baan de resultante is van de aantrekkingskracht der zon en
hare tangentiale beweging. Ook de maan oefent invloed op die baan uit.
Fig. 46.
In fig. 46 is A het middelpunt der aarde, welke geheel door
water omgeven is. Voor de plaats D staat de zon (Z) in den
meridiaan en eveneens de maan (M). Wij zullen ons echter voor-
eerst alleen bezighouden met de zon. Veronderstellen wij nu, dat de
aantrekkingskracht der zon ^ in i sec. naar C wil voeren, en dat de
tangentiale beweging ^ in i sec. naar B wil brengen. Nu zal A de
resultante dier beide bewegingen volgen en in i sec. in A' aankomen.
Nemen wij nu een waterdeeltje G op de oppervlakte der aarde.
Ook dit waterdeeltje G heeft twee bewegingen; de tangentiale be-
weging , welke het in 1 sec. naar H tracht te brengen en daarenboven
eene beweging door de aantrekkingskracht der zon, G—J. Echter is
de aantrekkingskracht hier geringer dan in A, zoodat G—J moet
zijn dan A—C. (De aantrekkingskracht neemt af met de vierkanten
van de afstanden). Het deeltje G volgt nu de resultante dier beide
bewegingen eri komt in i sec. bij G'. Wij zien dus, dat het zich
verder van de aarde verwijderd heeft. Hetzelfde is het geval met