Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
verliest dan in de lucht, in aanmerking. Door de samenwerking
van deze omstandigheden kan het water zulk eene verwoestende
kracht uitoefenen bij het vernielen van dijken en waterkeeringen.
Zware steenblokken worden door de golven verplaatst.
Vraag.
i. Zou de vernielende kracht der golven ook zoo groot zijn, als water een
soortelijk gewicht van 0,5 bezat?
§ 2. Aardbevingsgolven. Als de bodem der zee in beweging
komt, plant zich deze beweging door het water voort. Bij eene
plaatselijke opheffing van den zeebodem stroomt het water als een
golf weg en vervolgt zijn loop zoolang, totdat de beweging is uit-
geput. Hierdoor ontstaan er bij eene aardbeving in de zee golven,
die zich zelfs uitstrekken tot streken, ver buiten het gebied der
aardbeving. Men noemt dit zeebevingen. Stuiten de aardbevingsgolven
op lage kusten of op riviermonden, dan dringen zij dikwijls het
land binnen, en kunnen daar verschrikkelijke verwoestingen aanrich-
ten. Zoodra de beweging van de voortrollende golf is uitgeput,
keert zij door de zwaartekracht terug.
De aardbeving, die de uitbarsting van Krakatau 23 Aug. 1883
vergezelde, verwoestte hierdoor groote gedeelten op Java en Sumatra.
B. REGELMATIGE BEWEGING VAN HET WATER.
I. invloed van zon en maan op het water der aarde.
§ I. Vloed en ebbe. In elk tijdsverloop van 24 uren en 50
minuten kan men aan de kusten der hoofdzeeën het water regel-
matig tweemaal zien rijzen en dalen. Den hoogsten stand van het
water noemt men vloed, den laagsten stand ebbe.
't Is wel opmerkelijk, dat er juist tweemaal vloed en ebbe ont-
staat in denzelfden tijd, dat de maan dagelijks om de aarde schijnt
te wentelen (zie bladz. 39). Daar de vloed van den schijnbaren
loop der maan afhangt, is het geen wonder, dat beide verschijnse-
len met elkander in verband gebracht worden. Ook valt het nog
in het oog, dat tijdens de kwartierstanden der maan het verschil in
hoogte van vloed en ebbe geringer is dan bij volle en nieuwe maan.
§ 2. Ontstaan van vloed en ebbe. De vloed ontstaat door de
aantrekkingskracht van zon en maan op de aarde. Hoewel de zon
de aarde veel sterker (172 maal zoo sterk) aantrekt als de maan,
is toch de vloed door de maan veroorzaakt grooter dan die van de
zon. Daardoor volgt in zee de vloed de beweging der maan het meest.