Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
Daar de beweging naar onder en zuiver horizontaal wegens den
weerstand niet kan plaats hebben, beweegt zich A met de aangren-
zende waterdeeltjes in de richting van het pijltje tot B. Hierdoor
daalt het heuveltje boven A weder en ontstaat er eene nieuwe ver-
heffing bij B. Zoo breidt zich de beweging bestendig uit en rijzen
en dalen er heuveltjes, hoewel het water er slechts weinig bij ver-
plaatst wordt. Daar de beweging zich- bestendig over grooter cirkels
moet uitbreiden, verzwakt natuurlijk de beweging bij ieder deel, en
worden de verheffingen steeds lager.
Op dezelfde wijze ontstaan de windgolven. De beweging der
lucht bij den wind is meestal niet gelijkmatig , doch verdichtingen
en verdunningen volgen onophoudelijk elkander op. Hierdoor ont-
staan de windstooten.
Hetzij nu de wind gelijkmatig waait, zooals bij eene frissche koelte,
hetzij hij met rukken en stooten heerscht, zooals bij storm, door zijne
wrijving en stooten op het water doet hij op verschillende punten
steeds inzinkingen ontstaan, die van hoogten vergezeld worden. Hier-
door ontstaan, op dezelfde wijze als in het voorbeeld met den steen,
de windgolven. Daar de lucht niet op één punt van het water wérkt
maar met ongelijkmatige afwisseling over de geheele oppervlakte,
verliezen die golven hun regelmaat.
Evenals de golven om den steen zich verder uitbreiden dan den
naasten omtrek, zoo breidt zich de beweging der windgolven ook
verder uit dan de plaatsen, waar zij ontstaan. Bij een storm in een
gedeelte der zee kan de beweging der golven, hierdoor veroorzaakt,
zich zelfs uitbreiden tot plaatsen waar men geen storm heeft. Deze
golvingen in het water zonder wind noemt men deining. De deining
kan een overblijfsel zijn der beweging van een voorbijgeganen storm,
doch ook eene voortplanting der beweging op verren afstand.
De hoogte der golven wordt dikwijls overdreven. Het verschil
in hoogte tusschen den top van een golf en de laagte tusschen twee
golven bedraagt zelden meer dan 15 M. De torenhooge golven der
romans zijn fantasiebeelden.
Als golven op ondiepe zeeën en kusten stuiten, worden zij terug-
gekaatst en komen daardoor in strijd met de naderende golven.
Hierdoor ontstaat er eene zeer onregelmatige en woeste beweging der
zee, die men branding noemt. Door de branding is het moeielijk
bij stormachtig weêr de kusten te naderen.
Men kan de golfbeweging dus beschouwen als in het water opge'
hoopte beweging der lucht. De kracht der golven is daardoor grooter
dan die van den wind. Hierbij komt mede het soortelijk gewicht
van het water, waardoor elk voorwerp in water veel meer in zwaarte