Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
uitstort. De Roode zee heeft haar naam te danken aan de roode
koraalriffen langs de kusten, de Purperzee of Golf van Californië
aan de roode conchaceën.
Na warme zomerdagen kan men de zee somtijds des avonds een
zacht blauw licht zien uitstralen. Dit verschijnsel, dat het meest in
de warme gewesten, doch ook bij ons wordt waargenomen, noemt
men het lichten der zee. Som'tijds schijnt het als een zacht lichtend
waas op het golfgerimpel; dan weer als een fonkelend schitteren
des waters in de nabijheid van een schip.
Het lichten der zee moet worden toegeschreven aan microscopisch
kleine diertjes, die een phosphorachtig licht uitstralen.
Het lichtgeven van voorwerpen is in de natuur geene onbekende zaak. Rottend
hout geeft in een bepaalden toestand des avonds licht, en wordt dan glimhout ge-
noemd. Ook bij aardappelen heeft men het lichten waargenomen. Het Johannes-
glimworpje kunnen wij in de Geldersche bosschen des avonds als vurige stippen
door het loover zien schitteren.
XV. De beweging van het water.
A. ONREGELMATIGE BEWEGING.
§ I. De windgolven. Wanneer men een steen in stilstaand water
werpt, wijkt het water voor den zinkenden steen uit en vormt
een kleinen, kringvormigen heuvel. Deze heuvel daalt weder, doch
voert op zijn beurt het naar buiten daaraan grenzende water in de
hoogte, en zoo breidt zich de kleine kring steeds in grooter doch
tevens lager kringvormige verheffingen uit. Fig. 45 maakt het ont-
staan dezer kringen duidelijk.
Fig- 45-
B rt
Golfbeweging.
In fig. 45 is een steen in het water geworpen. Nu wijkt het
water onder den steen volgens de pijltjes uit en ontstaat er een
waterheuveltje boven A. Een waterdroppel bij A ondervindt daardoor
eene sterkere drukking van boven dan de waterdeeltjes rechts van A.,
waar het water nog vlak is. Hierdoor heeft die waterdroppel ook
eene sterkere zijdelingsche drukking en het evenwicht is verbroken.
H. Blink, Wis- en Natuurk. Aardrijksk. 7