Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
heeft bij + 4 C. Van
-)- 4° tot 0° neemt dus
de dichtheid van zoet
water weder af en zet
het zich uit tot het
vriespunt. Met het zoute
water is dit anders ge-
steld. Onder gewone
drukking bevriest dit
eerst op eene tempe-
ratuur van — 2° tot —
3 ° C. en tot het vries-
punt neemt het water
in dichtheid toe. Door
de bevriezing zet het
echter weder uit. Bij
de bevriezing van het
zeewater valt verder
op te merken , dat het
g zout door het bevriezen
Ö wordt afgescheiden ,
zoodat zeeijs na smel-
ting nagenoeg zoet
water oplevert.
De bevriezing van
het water heeft niet
zoo spoedig plaats, als
het onder sterker druk-
king geplaatst wordt.
Daardoor zal het water
op den bodem der
Poolzeeen, (dat onder
de drukking van i at-
mosfeer -j- die van de
geheele waterlaag staat)
een lager temperatuur
tot bevriezing noodig
hebben dan — 2° C.
en zoo is de tempera-
ratuurvan het vriespunt
aan de oppervlakte hoo-
ger dan in de diepte.
mm