Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Ucalegon; Sigea igni fréta lata rehicent.
Exoritur clamorque virum clangorque tubarum.
Arma amens capio; nec sat rationis in armis:
315. Sed glomerare raanum bello et concurrere in arcem
Cum sociis ardent animi; furor iraque mentem
Praecipitant pulchrumque mori succurrit in armis,
Ecce autem telis Fanthus elapsus Achivom,
Panthus Olbryades, arcis Phoebique saeerdos,
320. Sacra manu victosque deos parvumque nepotem
Ipse trahit cursuque amens ad limina tendit.
Quo res summa loco, Panthu? quam prendimus arcem?
Vix ea fatus eram, gemitu cum talia reddit:
Venit summa dies et ineluctabile tempus
325. Dardaniae. Fuimus Troes, fuit Ilium et ingens
Gloria Teucrorum; ferus omnia luppiter Argos
Transtulit; incensa Danai dominantur in urbe.
Arduus armatos mediis in moenibus adstans
Fundit equus victorque Sinon iuceudia miscet
330. Insultans. Portis alii bipatentibus adsunt,
Milia quot magnis umquam venere Mycenis;
Obsedere alii telis angusta viarum
Oppositi; stat ferri acies mucrone corusco
Stricta, parata neci; vix primi proelia temptaut
335. Portarum vigiles et caeco Marte resistunt,
Talibus Othr3^adae dictis et numine divom
312. Uc. voor: het huts van Uc, 314. nec — arm. en het schijnt
mij geen zaak (alleen) mij te wapenen. 315. belle voor ad pngnam.
317. snee. dt gedachte komt bij mij op. 321. ad lim. naar Anchises^
huis. 322. qaam — are.? welken burg kunnen wij in bezit nemen,
nu gij den tempel van Apollo op den burg met zijn beeld verlaat?
329. misc. verbreidt heinde en verre. 330. bip. wijde, met beide
deuren (geheet) openstaande poorten» 333. oppos. nl. aan hen die
vluchten willen. 335. caec. M. niet in het duister, want het is maan-
icht en de stad staat in brandy maar zij strijden blindelings, in dolle
drift, zonder eenig goed gevolg.