Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
G3
235. Accingunt omnes operi pedibusque rotarum
Subiciunt lapsus et stuppea vincula collo
Intendunt. Scandit fatalis machina muros
Feta armis. Pueri circum innuptaeque puellae
Sacra canunt funemque manu contingere gaudent.
240. Ilia subit mediaeque minans inlabitur urbi.
O patria, o divom domus Ilium et incluta bello
Moenia Dardanidum! quater ipso in limine portae
Substitit atque utero sonitum quater arma dedere;
Instamus tamen inmemores caecique furore
345. Et monstrum infelix sacrata sistimus arce.
Tunc etiam fatis aperit Cassandra futuris
Ora dei iussu non umquam crédita Teucris.
Nou delubra deum miseri, quibus ultimus esset
Ille dies, festa velamus fronde per urbem.
250. Vertitur interea caelum, et ruit oceano Nox
Involvens umbra magna terramque polumque
INÎyrmidonumque dolos; fusi per moenia Teucri
Coiiticuere; sopor fessos conpleetitur artus.
Et iam Argiva phalanx instructis navibus ibat
255. A Tenedo, tacitae per amica silentia lunae
Litora nota petens; flammas cum regia puppis
Extulerat, fatisque deum defensus iniquis
Inclusos utero Danaos et pinea furtim
235,236. rot. laps. omschrijving van rotas, evenals rcmigium
alariim voor alac. Vgl. IX, 299. 239. sacr. nl. carmina. 240, med.
urb. voor in mediam urbem, de eigenlijke stad. 243. subst. Dit gold
voor een slecht voorteeken. Vgl. Stuk JI, 26, 19 en 20. 246. Cas-
sandra voorspelde de toekomst, maar Apollo bewerkte dat niemand
haar geloof schonk. 247. ora crcd. Deze constructie komt alleen bij
dichters voor. 250. Volgens de ouden wentelt zich de hemel met de
sterren van het westen naar het oosten. — oc. = ex oc. 255. am. het
maanlicht is hun gunstig, omdat zij zoo den weg kunnen vinden, 256.
Üam. tot een teeken voor Sinon om het paard te openen.