Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
Tune ille Aeneas, quern Dardanio Anchisae
615, Alma Venus Phrygii genuit Simoentis ad undam?
Atque equidem Teucrum memini Sidona venire
Finibus expulsnm patriis, nova regna petentem
Auxilio Beli; genitor tum Belus opimam
Vastabat Cyprum et victor dicione tenebat.
620. Tempore iam ex illo casus mihi cognitus urbis
Troianae nomenque tuum regesque Pelasgi.
Ipse hostis Teucros insigni laude ferebat
Seque ortum antiqua Teucrorum ab Stirpe volebat.
Quare agite, o tectis, iuvenes, succedite nostris.
C25. Me quoque per multos similis fortuna labores
lactatam hac demum voluit consistere terra.
Non ignara mali miseris succurrere disco.
Sic memorat; simul Aenean in regia ducit
Tecta, simul divom templis indicit honorem.
G30. Nec minus interea sociis ad litora mittit
Viginti taiiros, magnorum horrentia centum
Terga suum, pinguis centum cum matribus agnos,
Munera laetitiamque dii.
Conticuere omnes intentique ora tenebant.
Inde toro pater Aeneas sic orsus ab alto:
616. Tcuccr, van het eiland Salamis, de zoon van Telamon,
werd bij zijne terugkomst uit Troje, door zijn vader verbannen en
begaf zich naar Cyprus, waar hij in een hem door Belus geschonken
landstreek, de stad Salamis ssichite. 621. Pelasgi = Aehivi, Graeci.
622, 6i3. Tcucros Trojanos. Zijne moeder was llesione, eene doch-
ter van Laomedon en eene zuster van Priamus. 629. hon. dankfeest. Eo-
meinsche gewoonte overgebracht in het heldentijdvak. 633. dii diei. —
X. Nadat de maaltijd door Dido ter eere der Trojanen aangericht,
is afgeloopen, doet Aeneas op verzoek van zijne gastvrouw, onder hei
drinken het volgende verhaal. — 1. int. ten. zij hielden vol spanning
hunne blikken op hem gevestigd.