Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
AENEIS.
IX.
Arma virumque cano, Troiae qui primus ab oris
Italiam fato profugus Laviniaque venit
Litora, multum ille et terris iactatus et alto
Vi superum, saevae memorem Tunonis ob iram,
5. Multa quoque et bello passus, dum conderet urbem
Inferretque deos Latio, genus unde Latinum
Albanique patres atque altae moenia Romae.
Musa, mihi caussas memora , quo numine laeso
Quidve dolens regina deum tot volvere casus
10. Insigncm pietate virum, tot adire labores
Inpulerit. Tantaene animis coelestibus irae?
Urbs antiqua fuit, Tyrii tenuere coloni,
Carthago, Italiam-contra Tiberinaque Jonge
IX. Aeneas f de zoon van Anckises en Venus, vorst der Dardaniërs
in Troas J verzamelde na den ondergang van Troje het kleine over-
schot der Trojanen en begaf zich met eene vloot van 20 schepen naar
Thracie en van daar over Delos naar Creta, waar hij besloot zich
met der woon te vestigen. Maar door eene uitbrekende pest verdreven
werd hem door Helenas, Priamus* zoon, voorspeld dat Italië door de
goden tot zijne woonplaats, tot zijn vaderland bestemd was. Op Sicilië,
waar de Trojaan Acestes de stad Segesta gesticht had, sterft Anchises.
Toen de Trojanen van daar, reeds in het zevende jaar van hunne rond-
zwervingen, koers zetten naar Latium, wist Juno, die nog steeds een
hevigen wrok tegen de landgenooten van Paris voedde, te bewerken dat
zij door een storm op de kust van Africa werden geworpen. Dido, die
uit Phoenicië gevlucht, daar Carthago stichtte^ nam hen gastvrij op. —
1. prim. Wel had Antenor met de Ileneti reeds Patavium gesticht,
maar deze stad werd, even als geheel Bovenitalië {Gallia Cisalpind),
eerst in Augustus* tijd tot eigenlijk Italië gerekend. 2. Laviniaque.
JSadere bepaling (Epexcgesc) van Italiam. Lavinium werd eerst door
Aeneas gesticht, 3. ille dient om *tsuljekt op nieuw op te vatten, bij
Hom.oyê. 5. quoque et en daarenboven nog. 6. tleos nr penates pu-
blicos. 7. Alb. p. Alba longa, Rome's moederstad, iverd door Asca?uus,
den zoon van Aeneas, gesticht. 8. quo — laes. tvegens welk vergrijp
tegen haren goddelijken wil» 11. imp. adire voor imp. ut adiret.