Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
55. Postquam est in thalami penclentia pumice tecta
Perventum et nati fletus cognovit inanis
Cyrene, manibus liquidos di-.ut ordine fontis
Germanae tonsisque ferunt mantelia villis;
Pars epulis onerant mensas et plena reponunt
60. Pocula, Panchaeis adolescunt ignibus arae,
Et mater, Cape Maeonii carchesia Bacclii:
Oceano libemus, ait. Simul ipsa precatur
Oceanumque patrem remm Nymphasque sorores,
Centum quae silvas, centum quae flumina servant.
65, Ter liquido ardentem perfudit nectare Vestam,
Ter flamma ad summum tecti subiecta reluxit.
Omine quo firmans animum sic incipit ipsa:
Est in Carpathio Neptuni gurgite vates,
Caeruleus Proteus, magnum qui piscibus aequor
70. Et iuncto bipedum curru metitur equorum.
Kic nunc Emathiae portus patriamque revisit
Pallenen; hunc et Nymphae veneramur et ipse
Grandaevus Nereus; novit namque omnia vates,
Quae sint, quae fuerint, quae mox ventura trahantur;
75, Quippe ita Neptuno visum est, inmania cuius
Armenta et turpis pascit sub gurgite phocas.
Hie tibi, nate, prius vinclis capiendus, ut omnem
Expédiât morbi caussam eventusque secundet.
55. pend. p. t. gewelfde pvimsteengroL 56. in. onbeduidend, ge-
niakhelijk te stillen. 59. rep. plaatsen (bij V dessert) andere bekers
op tafel. 60. Panch. ijin. Panchaeisch vvur de vlam, gevoed door
P. (Arabische] loierook. 64. serv. beiconen of beschermen. — cent.
een rond getal voor eene groote menigte. 65. Vestam ignem. 66.
subi, omhoog stijg end {een gunstig voorteeken). 68. Vgl. vooral Od.IV,
382—470. 69, 70. Cstr. qui met. acq, pisc. et iunct. cur. bip. eq,
die deze doorkruist met zijn wagen, hespannen met visschen en paar-
den, d.i. met heesten die van voren paard, van achteren visch zijn,
78. ev. sec. u een gunstige uitkomst geve, door u een middel aan de
hand te doen, om op nieuw bijën te krijgen.