Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Indutae caeduntque securibus humida vina
Et totae solidam in daciem vertere lacunae
Stiriaque iupexis induruit horrida barbis.
Interea toto non secius aere ninguit;
30, Intereunt pecudes, stant circurafnsa pruinis
Corpora magna bourn, confertoqne agmine cervi
Torpent mole nova et summis vix cornibus exstant.
Ho3 non inmissrs canibus, non cassibus ullis
Puniceaeve agitant pavidos formidine pennae,
35. Sed frustra oppositum trudentis pectore montem
Comminus obtruncant ferro graviterque rudentis
Caedunt et magno laeti clamore reportant.
Ipsi in defossis specubus secura sub alta
Otia agunt terra cougestaque robora totasque
40, Advolvere focis nlmos ignique dedere.
Hie noctem ludo ducunt et pocula laeti
Fermento atque acidis imitantur vitea sorbis.
Talis Hyperboreo Septem subiecta trioni
Gens effrena virum Ehipaeo tunditur Euro
45. Et pecudum fulvis velatiir corpora saetis.
VIM.
Pastor Aristaeus fugiens Peneia Tempe
Amissis, ut fama, apibus morboque fameque
27. lac. plas, meer, — vert, voor se vert. 29. Het sneeuwt even
hevig (non secius) als het vriest. 31 boum. Men denke aan trekdie-
ren (Vgl, v, 14), die door de sneeuw zijn ingesloten, 34. pun. pen.
men spande om het hosch touwen met bonte veeren, om daardoor het
wild te verschrikken, 40. advolvêre, dedêre. Vgl. over 'ipcrf. V. 16.
42. ferm. eigl. gist, hier: soort van bier, — sorbum vrucht v. d.
sorbus, sperwerboom, die een zuurachtigen smaak heeft, dus hier een
vruchtwijn. 43. septem — tr. Tmesis voor septentrioni. 44. Khip.
De rhipeische bergen plaatste men op de uiterste grenzen van Scythie. —
VIII. 1. Ar. zoon van Apollo en van de nymf Cyrene, eene dochter
van den riviergod Penëus in Thessalië.