Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
Îtewîgi^r^l 1.; u Ù f',V.C3BStf2St I
Afti;> - ______:
17
Atque metus omnis et inexorabile fatum
Subiecit pedibus strepitumque Aclierontis avari.
Fortunatus et ille, deos qui novit agrestis,
5. Panaque Silvanumque senem Nymphasque sorores:
Ilium non populi fasces, non purpura regum
Flexit et infidos agitans discordia fratres
Aut coniurato descendens Dacus ab Histro,
Non res Eomanae perituraque regna; neque ille
10. Aut doluit miserans inopem aut invidit habenti.
Quos rami fructus, quos ipsa volentia rura
Sponte tulere sua, carpsit; nec ferrea iura
Insanumque forum aut populi tabularia vidiL
Sollicitant alü remis fréta caeca ruuntque
15. In ferrum, penetrant aulas et limina regum;
Hic petit excidiis urbem miserosque Penatis,
Ut gemma bibat et Sarrano dormiat ostro;
Condit opes alius defossoque incubât auro;
Hic stupet adtonitus rostris; hunc plausus hiautem
20. Per cuneos — geminatus enim plebisque Patrumque —
Corripuit; gaudent perfusi sanguine fratrum,
Exsilioque domos et dulcia limina mutant
Atque alio patriam quaerunt sub sole iacentem.
Agricola incurve terram dimovit aratro :
25. Hinc auni labor, hiuc patriam parvosque nepotes
7. flex, over '/pcrf. Vgl V. IG. — fratr. Bedoeld zijn Phraatc»
cn Tiridaics, twee vetwante Parthen, die met elkander om den troon
streden cn tusschen wie Octavianus als scheidsrechter optrad, 8. J)e
Daders, een volk aan den beneden-Donau ^ verontrustten, in verbond
met andere volken uit die streken, dikwijls de rom. provincies. 13. ins.
waar een dol geraas heerscht. — lab. Het staatsarchief in den tempel van
Libcrtas, waar ook de pachtconirakten bewaard werden. 14. cacc.
onzeker, gevaarvol. 17. gcm, een uit edelgesteenten vervaardigde beker.
20. cun. rijen zitbanken in den schouwburg. — gcm. cn. iiatuurVjk als
dit handgeklap uitgaat én van het volk én v. d. senatoren. 21. gaiid.
vv. Grieksche constructie voor gaudent se pcrfusos esse.
2