Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
25, Flos ad prima tenax; animas et olentia Medi
Ora fovent illo et senibus medicantur anhelis.
Sed neque Medorum silvae ditissima terra,
Nec pulcher Ganges atque auro turbidus Hermus
Laudibus Italiae certent, non Bactra neque Indi
30, Totaque turiferis Panchaia pinguis arenis.
Haec loca non tauri spirantes naribus ignem
Invertere satis inmanis dentibus hydri
Nec galeis densisque virura seges horruit hastis;
Sed gravidae frugea et Bacchi Massicus humor
35. Inplevere; tenent oleae armentaque laeta.
Hinc bellator equus campo sese arduus infert;
Hinc albi, Clitumne, greges et maxuraa taurus
Victima, saepe tuo perfusi flumine sacro.
Romanos ad templa deum duxere triumphos.
40. Hie ver adsiduum atque alienis mensibus aestas;
Bis gravidae pecudes, bis pomis utilis arbos.
At rabidae tigres absunt et saeva leonum
Semina nec miseros fallunt aconita legentis
Nec rapit inmensos orbis per humum neque tanto
45. Squameus in spiram tractu se colligit anguis.
Adde tot egregias urbes operumque laborum.
Tot congesta manu praeruptis oppida saxis
Fluminaque antiques subterlabentia muros.
25. ad prima in primis. — an. enz., zij genezen daarmee den
adem, en den kwalijk riekenden mond. 30. Panch. fabelachtig eiland
bij Arabië. 32. sat. is dat. plur. Bekend is het zaaijen van drake-
tanden door lason, op bevel van Aeetes, waaruit geharnaste mannen
voortkwamen. 34. M. de massische berg was beroemd om zijn wijn,
35 — 37. Bij den Clitumnus in Umbrie weidden vele witte runderen,
die vooral bij zegepralen voor de zegekar uitgedreven werden, om
aan Jupiter te worden geofferd. 40. al. m. in maanden waarin men
die niet zou verwachten, wintermaanden. 43. nee vv. die planten
lezen, plukken niet bij vergissing akoniet (een zwaar vergif), 47.
sax. in saxis.