Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
Nec vero terrae ferre omnes omnia possunt.
Fluminibus salices crassisque paludibus alni
Nascuntur, steriles saxosis montibus orni;
Litora myrtetis laetissima; denique apertos
5. Bacchus amat collis, aquilonem et frigora taxi.
Aspice et extremis domitum cultoribus orbem
Eoasque domos Arabum pictosque Gelonos:
Divisae arboribus patriae. Sola India nigrum
Fert ebenum, solis est turea virga Sabaeis.
10. Quid tibi odorato referam sudantia ligno
Balsamaque et bacas semper frondentis acanthi?
Quid nemora Aethiopum molli canentia lana?
Velleraque ut foliis depectant tenuia Seres?
Aut quos Occano propior gerit India lucos,
15. Extremi sinus orbis, ubi aëra vincere summum
Arboris hand ullae iactu potuere sagittae?
Et gens ilia quidem sumptis non tarda pharetris.
Media fert tristes sucos tardumque saporem
Felicis mali, quo non praesentius ullum,
20. Pocula si quando saevae infecere novercae,
Auxilium venit ac membris agit atra venena.
Ipsa ingens arbos faciemque simillima lauro;
Et, si non alium late iactaret odorem,
Laurus erat; folia baud nllis labentia ventis;
V. Over de boomkweekerij heeft de dichter voorschriften gegeven en
in de naastvoorgaande verzen de keuze van een goed soort aanbevolen.
2. flum. pal., abl. loei voor ad flamina, ad paludes. 6. dom. =
cultum. 7. •pxci. getatoeëerd. — Gel. in de Ukraine. 11. acanth. een
Aegyptische boom (acacia). 12. Omschrijving van den katoenboom.
13. dep. Men meende dat de zijde van de bladeren werd gekamd.
15, 16. acr. sum. arb. de hemelhooge boomtop. — pot. 'tperf. (Jbij de
Grieken de aoristus) van 't geen vroeger placht te geschieden en ook nu
nog geschiedt. 19. mal. De medische appel (citroen') heeft een wrang
(tristis) sap, en is heelkrachtig (felix).