Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Signa dabant. Quotiens Cyclopum effervere in agros
Vidimus undantem ruptis fornacibus Aetnam
Plammarumque globos liquefactaque volvere saxa!
Armorum sonitum toto Germania coelo
10. Audiit, insolitis tremuerunt motibus Alpes.
Vox quoque per lucos volgo exaudita silentis
Ingens et simulacra modis pallentia miris
Visa sub obscurum noctis, pecudesque locutae,
Tnfandum! sistunt amnes terraeque dehiscunt
15. Et maestum inlacrimat templis ebur aeraque sudant.
Proluit insano contorquens vertice silvas
Fluviorum rex Eridanus camposque per omnis
Cum stabulis armenta tulit. Nec tempore eodem
Tristibus aut extis fibrae adparere minaces
20. Aut puteis manare cruor cessavit et altae
Per noctem resonare lupis ululantibus urbes.
Non alias coelo ceciderunt plura sereno
Fulgura nec diri totiens arsere cometae.
Ergo inter sese paribus concurrere telis
25, Eomanas acies iterum videre Philîppi;
Nec fuit indignum superis, bis sanguine nostro
Emathiam et latos Haemi pinguescere campos.
Scilicet et tempus veniet, quum finibus illis
Agricola incurvo terram molitus aratro
30. Exesa inveniet scabra robigine pila
6. Homerus plaatst de Cyclcpen in het verre westen, hij later en
wonen zij op Sicilië in de holen van de Aetna, 9. Germ. Legioenen
aan den Rhijn zagen die gezichten, 13, pee. Meermalen vindt men
vermeld: bovem locntam esse. 17. Er. = Padus. 19. adp. nl, ccs-
savere. Dit voorteeken gold hij de haruspices als ongunstig, 24 cn
25. Bij Philippi {Thracié) hebben tweemaal Romeinsche legers gestre-
den , omdat deze stad, zooicel als Pharsalus (Thessalie) tot de rom. pro*
vincie Macedonia behoorde, — par. tel. omdat Romeinen tegenover
elkander stonden, 26. nee —• sap. Het scheen den Goden een billijke
straf.