Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
20. Tum variae venere artes. Labor omnia vicit
Inprobus et duris urguens in rebus egestas.
Prima Ceres ferro mortalis vertere terram
Instituit, quam iam giandes atque arbuta sacrae
Deficerent silvae at victum Dodona negaret.
25. Mox et frumentis labor additus, ut mala culmos
Esset robigo segnisque horreret in arvis
Carduus; ictereunt segetes, subit aspera silva,
Lappaeque tribulique interque nitentia culta
Infelix lolium et steriles dominantur avenae.
30. Quod nisi at adsiduis terram insectabere rastris,
Et sonitu terrebis aves, et ruris opaci
Palce premes umbram, votisque vocaveris imbrem,
Heu magnum alterïus frustra spectabis acervum,
Concussaque famem in silvis solabere quercu.
IV.
Ille etiam axstincto miseratus Caesare Romam,
Quum caput obscura nitidum ferrugine texit
lupiaque aeternam timuerunt saccula noctem.
Tempore quamquam illo tellus quoque et aequora ponti,
5. Obscenaeque canas inportunaeque volucres
20, 21. lab. impr. die zich doorgeene zwarigheden laten ojschrik-
ken, rustelooze,— Theocritus zegl: a n^via /uóva to; rfXvcczïyfinfL. 24.
silv. V. bedoelt het aan Jupiter geheiligde eikenbosch te. Dodona. 25. lab.
^ damnum. 26. esset van cdo. — seg. onvruchtbaar. 30. quod om
te verbinden, in de beteekenis van dus, nu. 32. umbr. hof, boomen. —
IV. Na eenige raadgevingen aan den landbouwer, handelt de dichter
over het weer en de wijzen waarop men dit o. a. uit de zon kan voor-
spellen. Daarop volgt ten slotte deze beschrijving van Caesars dood
en een gebed voor Octavianus. 1-—3. Ille nl. sol. Men verhaalt dat
de zon het jaar na Caesars vermoording als *t ware treurde en dat hare
stralen dof en zonder warmle waren, zoodat de oogst niet tot rijpheid
kwam. 5. obsc. onheilspellend. — inp. op een ongelegen uur ver-
schijnend, omdai de nachtvogels bij dag schreeuwden.