Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
3
30. Postquam nos Amaryllis habet, Galatea reliquit.
Namque, fatebor enim, dura me Galatea tenebat,
Nec spes libertatis erat, nec cura peculi.
Quamvis multa meis exiret victima saeptis,
Pinguis et ingratae premeretur caseus urbi,
35. Non umquam gravis aere domum mihi dextra redibat.
MELIBOEUS.
Mirabar, quid maesta deos, Amarylli, vocares,
Cui pendere sua patereris in arbore poraa:
Tityrus hinc aberat. Ipsae te, Tityre, pinus,
Ipsi te fontes, ipsa haec arbusta vocabant.
T I T Y R Ü s.
40. Quid facerem? n^que servitio me exire licebat,
Nec tarn praesentis alibi cognoscere divos.
Hie ilium vidi iuvenem, Meliboee, quotannis
Bis senos cui nostra dies altaria fumant.
Hie mihi responsum primus dedit ille petenti:
45. „Pascite, ut ante, boves, pueri; submittite tauros.**
MELIBOEUS.
Fortunate senex, ergo tua rura manebunt!
Et tibi magna satis, quamvis lapis omnia nudus
Limosoque palus obducat pascua iunco.
Non insueta gravis temptabunt ^bula fetas,
34, ingr. omdat hij niet veel van den prijs zijner produkten over-
hield, 37. sua in arb. den hoomf waaraan zij hehooren. 41. pracs.
helpend, 42. iuv. aan Octavianus^ die toen 23 jaren oud was, bracht
hij, even als aan de Laren, bij iedere nieuwe maan een offer, 45.
snbm. laur. fokstieren houden. 46. tua praedikaat, 47. quamv.
Met opzet laat V, de waarde van zijn goed door een bouwman verklei-
nen, 49. Uw vee zal geene ziekten krijgen door de verandering van
weide, zoo als het mijne, — gr. fet. zwakke moeders.