Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
meliboeus.
Non equidem invideo ; miror magis: undique totis
Usque adeo turbatur agris. En, ipse capellas
Protinus aegcr ago; banc etiam vix, Tityre, duco.
Hie inter densas corylos modo namque geraellos,
15. Spem gregis, all! silice in nuda conixa reliquit.
Saepe malum hoc nobis, si mens non laeva fuisset,
De caelo tactas memini praedicere quercus.
Sad tamen, iste deus qui sit, da, Tityre, nobis.
TITYRTJS.
Urbem, quam dicunt Eomam, Meliboee, putavi
20. Stultus ego hnic nostrae similem, quo saepe solemus
Pastores ovium teneros depellere fetus.
Sic canibus catulos similis, sic matribus haedos
Noram, sic parvis componere magna solebam.
Terura haec tantum alias inter caput extulit urbis,
25. Quantum lenta soient inter viburna cupressi.
meliboeus,
Et quae tanta fuit Eomam tibi caussa videndi?
tityrus.
Liberias, quae sera, tamen respexit inertem,
Candidior postquam tondenti barba cadebat;
Eespexit tamen et longo post tempore venit,
12. turb. er heerscht verwarring. 15. con. om den hiatus te vet'
mijden^ voor enixa. 16. mal. nl. patriam fugere Ivs. 4]. IS. dare
zeggen, even als accipere, hooren. 21. dep. de omstreken van Andes
waren bergachtigf maar Mantua lag in eene vlakte, 27—35. Eerst
vrij bejaard had T. zooveel geld bespaard (peculium) dat hij zijne
vrijheid van zijn te Rome wonenden heer konde koopen» Lange jaren
had hij alles wat hij verdiende aan zijne Galatea weggeschonken. 28.
cad. 7 Impf, staat omdat dit dikwijls voorviel en de baard die kleur
bleef behouden.