Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
xn
kunnen leggen; waarschijnlijk zoude hij nog veel daarin
hebben verbeterd, maar er blijft één groote fout, die hij niet
had kunnen wegnemen, omdat het hem daartoe aan fantasie
en talent ontbrak. Zijne helden zijn meest stijf en gemaakt,
zij leven en bewegen zich niet. Vooral de hoofdpersoon
is, om ronduit te spreken, geheel verongelukt. De pius
Aeneas kan onze belangstelling niet wekken, en, doet hij dit
al soms, hij kan haar niet levendig houden. Terwijl Home-
rus' taal eenvoudig en natuurlijk is, en zijne gelijkenissen
slechts enkele voorname, karakteristieke punten van over-
eenkomst geven, draagt Vergilius overal de kenmerken van
zijn tijd. Wel zijn zijne woorden met zorg gekozen, maar zijn
stijl wordt vaak hoogdravend en soms door vertoon van ge-
leerdheid zelfs gekunsteld. Daarbij komt dat zijne vergelijkin-
gen al te zeer ten einde toe zijn uitgesponnen. Tegen over
deze gebreken staat één groote deugd: hij neemt met hart en
ziel deel aan hetgeen hij beschrijft en daarin is de reden te
zoeken dat de Aeneis zoo rijk is in roerende tafereelen. Hij kent
het menschelijk hart, en daarom is bij groot in het schilderen
van menschelijke hartstochten, waarbij zijn meesterschap over
de taal hem uitstekend te stade komt. Zuiverheid, welluidend-
heid en bevalligheid vindt men overal in taal en versbouw.
Zijne schilderingen zijn waar, getrouw en naauwkeurig, zon-
der dat hij zich evenwel daarbij houdt aan het heldentijdvak,
waarin zijne personen leefden, maar hij neemt zijne beelden
uit het italiaansch-romeinsche leven van zijne dagen, zoodat
ook in dit opzicht de Romeinen voldoening voor hunnen smaak
vonden. Is het dan wonder dat zij in hem hun grootsten epi-
schen dichter vereerden?
Daarom heeft ook de geschiedenis volkomen de uitspraak
van hunnen grootsten zanger Ovidius geregtvaardigd:
Tityrus et segetes Aeneiaqae arma legentur,
Roma triumphati dum caput orbis erit.