Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
XI
tot een nationaal epos. Aeneas, de held van het verhaal,
wiens pietas en virtus door de sage hemelhoog verheven wer-
den, was de type voor een romeinsch karakter.
Zijn zoon Julus, van wien het Julische geslacht, waartoe
Caesar en Octavianus behoorden, heette af te stammen, gaf
hem gelegenheid om te wijzen op Octavianus als den man,
die door het noodlot was bestemd om een einde te maken
aan de burgeroorlogen, den Komeinen vrede te verschaffen
en hen tot het hoogste toppunt van macht en roem te bren-
gen. De trots van het volk werd gestreeld en tevens werden
de belangen van zijn weldoener bevorderd. De stof die hij
behandelde, bracht hem uit haren aard tot eene verdeeling,
waarbij hij de Odyssea en Ilias konde gebruiken. De om-
zwervingen van Aeneas en de daarop gevolgde strijd om het
bezit van het hem door het noodlot toegedeelde Latium,
sloten zich natuurlijk aan Odysseus' avonturen en den strijd
der Grieken voor Troje aan. Hij bepaalde zich evenwel niet
tot Homerus alleen ; alle dichters, die de sagen, welke omtrent
den trojaanschen oorlog in omloop waren, hadden behandeld,
even als de verhalen omtrent Aeneas' gevechten in Latium,
omtrent het ontstaan van volken, steden en staten, en de
resultaten van de onderzoekingen, door Cato in zijne Origines
en door Varro in zijne talrijke geschriften neergelegd, leverden
hem stof om te verwerken. Terwijl Homerus slechts behoefde
te regelen en te rangschikken wat voortleefde in den mond
van het volk, moest Vergilius daarentegen de verschillende,
vaak tegenstrijdige berichten, die slechts aan de geleerden
van zijne dagen bekend waren , in overeenstemming brengen ,
en daarenboven ieder zijner helden een karakter geven, ter-
wijl de grieksche sage dat bij de homerische helden reeds scherp
geteekend en aangewezen had. Des te meer moet men hem
bewonderen, dat hij in die verwarde elementen eenheid wist
te brengen en ze tot een geheel wist af te ronden.
Wij weten, dat hij de laatste hand niet aan zijn werk heeft