Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
20. Cum duo conversis inimica in proelia tauri
Frontibus incurrunt, pavidi cessere magistri,
Stat pecus omne metu mutum mussantque iuvencae,
Quis nemori imperitet, quem tota armenta sequantur;
llli inter sese multa vi volnera miscent
25. Cornuaque obnixi infigunt et sanguine largo
Colla armosque lavant, gemitu nemus omne remugit:
Non aliter Tros Aeneas et Daunius heros
Concurrunt clipeis, ingens fragor aethera complet,
luppiter ipse duas aequato examine lances
30. Sustinet et fata imponit diversa duorum,
Quem damnet labor et quo vergat pondéré letum.
Emicat hic impune putans et corpore toto
Alte sublatum consurgit Turnus in ensem
Et ferit. Exclamant Trocs trepidique Latini,
35. Arrectaeque amborum acies. At perfidus ensis
Frangitur in medioque ardentem deserit ictu.
Ni fuga subsidio subeat. Fugit ocior Euro,
Ut capuluia ignotum dextramque aspexit inermem.
Fama est, praecipitem, cum prima in proelia iunctos
40. Conscendebat equos patrio mucrone relicto,
Dum trépidât, ferrum aurigae rapuisse Metisci;
Idque diu, dum terga dabant palantia Teucri,
Suffecit; postquam arma dei ad Vulcania ventum est,
27. Daun. h. Turnus, als zoon van Daunus, koning van Daunië,
een landschap in Apulie. 29—3]. Vgl. II. VIII, 69—72 , XXII,
209—212. — acq. ex. zoodat de tong van de balans regt stond.
31. dam. 1. de strijd ten dood doemt. 32. hic op dit oogenblik. —
imp. put. in de meening dat de houw hem gelukken zal. 33. Turnus
springt op, met het zwaard hoog opgeheven. 37. Ni — sub. De onver-
wachte wending in de constructie schildert ons de radeloosheid van
den vorst, die nog slechts één redmiddel ziet: de vlucht. Men kan
aanvullen: et prodidissct {uit descrit) Aencae enz, 39. prim, proel.
begin van het gevecht. 43. arm.— Vulc. = arma dei Vulcani. Vul-
canus had deze op verzoek van Venus vervaardigd.