Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
Heu quantum inter se bellum, si lumina vitae
Attigerint , quantas acies stragemque ciebunt!
440. Aggeribus socer Alpinis atque aree Monoeci
Descendensj gener adversis instruetus Eois.
Ne, pueri, ne tanta animis adsuescite bella.
Neu patriae validas in viscera vertite viris;
Tuque prior, tu parce, genus qui ducis Olympo,
445. Proice tela manu, sanguis meus! —
nie triumphata Capitolia ad alta Corintho
Victor aget currum caesis insignis Achivis.
Eruet ille Argos Agamemnoniasque Mycenas
Ipsumque Aeaciden, genus armipotentis Achilli,
450. ültus avos Troiae, templa et temerata Minervae.
Quis te, magne Cato, tacitum, aut te. Cosse, relinquat?
Quis Gracchi genus, aut geminos, duo fulmina belli,
Scipiadas, cladem Libyae, parvoque potentem
Fabricium, vel te sulco, Serrane, serentem?
455. Quo fessum rapitis, Eabii? Tu Maxumus ille es,
Unus qui nobis cunctando restituis rem.
Excudent alii spirantia mollius aera,
Credo equidem, vivos ducent de marmore voltus,
Orabunt causas melius caelique meatus
440, 441. SOC. gen. Caesar, wiens dochter met Pompejus gehuwd
was, kwam uit het westen, terwijl zijn mededinger zijne troepen in
het oosten verzamelde, 446. Ille Mummius (146 v, OAr.). 448. Ille
L, Aemilius Paulus (168 v, Chr.), 449. Aeac. Perseus. De macedo-
nische koningen leidden hun geslacht van Achilles, den kleinzoon van
Aeacus, af, 451. Cat. M. Porcius Cato, bijgenaamd Censorius, is
bekend als een onverzoenlijk vijand van Carthago, Aulus Cornelius
Cossus doodde Tolumnius, den koning der Vfjenlen, — tac. rel. alq,
iem, onvermeld laten. 454. Serr. Virg. bedoelt den edelen C. Atilius
Regulus (255. v, Chr.). Den bijnaam Serranus kreeg hij, omdat de
gezanten, die hem de tijding van zijne benoeming tot consul brachten,
hem bezig vonden met zaaijen. 457. spir. aer. ademende, levende
beelden.