Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
P. Vergilius (Virgilius) Maro werd in het jaar 70 v. Cb. te
Andes, een dorp niet ver van Mantua, geboren. Zijn vader was
een welgesteld landman, die zijn zoon zoo goed mogelijk on-
derwijs liet geven, eerst te Cremona, later te Milaan en einde-
lijk te Napels, waar hij den dichter en taalkenner Parthenius
hoorde. Op drie-en-twintigjarigen leeftijd begaf V. zich naar
Eome om daar de lessen van den Epicureïschen wijsgeer
Syron bij te wonen, die hem in de philosophie en de mathe-
matische wetenschappen onderrichtte. Zijn levensdoel was niet
hetzelfde als dat van zijne tijdgenooten. De jonge Romeinen
van zijnen tijd trachtten zich in den regel door rechtskennis
en welsprekendheid of door den oorlog den weg tot het
bekleeden van overheidsambten te banen, maar de zwakke,
peinzende jongeling gevoelde roeping voor 't een noch voor
't ander. De muze, dit wist hij, had hem bij zijne geboorte
toegelagchen; in hare dienst wilde hij zijn leven besteden,
door haar alleen zoude hij zich de zoo gewenschte eer
verschaffen. Een zwakke gezondheid, een eenigzins boersch
voorkomen en een al te groote bedeesdheid maakten hem
bovendien voor het stads- en staats-leven minder geschikt.
Het bedrijf zijns vaders, het kalme, rustige leven op 't land
had voor hem veel meer bekoorlijks, en 't was geen kunst-
matige opwinding maar diep gevoel, dat hem zingen deed:
O fortunatos nimium, sua si bona norint, Agricolas!
Sedert 45 leefde hij op zijne hoeve in zijne geboorte-
plaats, waar hij den tijd verdeelde tusschen het beheeren
van zijn landgoed en het bestudeeren van grieksche dichters.
Homerus werd zeker niet verwaarloosd, maar vooral Theocritus
werd gelezen en herlezen. Wij bezitten nog eenige kleine
gedichtjes, die door sommigen voor zijne eerste dichtproeven
worden gehouden, maar waarvan de meeste zeker ten onrechte
op zijn naam gaan; waarschijnlijk zijn alleen de Culex,
Ciris en Moretum van zijne hand. Zijn roem had onze