Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Serie: Bloemlezing uit Latijnsche dichters met aanteekeningen, 3e stuk
Auteur: Vergilius Maro, P.; Kan, J.B.
Uitgave: Groningen: L. van Giffen, 1864
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 101 : 1e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203285
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Klassieke Latijnse letterkunde
Trefwoord: Latijn, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit de werken van P. Vergilius Maro
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
390. Et pater ipse suo superum iam signât honore?
En, huius, nate, auspiciis ilia incluta Roma
Imperium terris, animos aequabit Olympo
Septemque una sibi muro circumdabit arces,
Felix prole virum: qualis Berecyntia mater
395. Invehitur curru Phrygias turrita per urbes,
Laeta deum partu, centum conplexa nepotes,
Omnis caelicolas, omnis supera alta tenentis.
Hue geminas nunc flecte acies, hanc aspice gentem
Romanesque tuos. Hic Caesar et omnis luli
400. Progenies magnum caeli Ventura sub axem.
Hic vir, hic est, tibi quem promitti saepius audis,
Augustus Caesar, Divi genus: aurea condet
Saecula qui rursus Latio regnata per arva
Saturno quondam; super et Garamantas et Indos
405. Proferet imperium, iacet extra sidera tellus.
Extra anni solisque vias, ubi caelifer Atlas
Axem humero torquet stellis ardentibus aptum.
Huius in adventum iam nunc et Caspia regna
Responsis horrent divom et Maeotia tellus
410. Et septemgemini turbant trépida ostia Nili.
Nec vero Alcides tantum telluris obivit,
Fixerit aeripedem cervam licet, aut Erymanthi
Pacarit nemora et Lernam tremefecerit arcu;
Nec, qui pampineis victor iuga flectit habenis,
390. Romulus werd altijd voorgesteld met een helm met dubbelen
bos. Daarom onderscheidt {siert) zijn vader {Mars) hem nu reeds met
dit eereteeken, dat op de bovenwereld (superum) hem eigen zal zijn
fsuo). 395. tnrr. Zij wordt afgebeeld met eene mvurkroon op het
hoojd. 402. Div. gen. C. Julius Caesar, die Octavianus als zoon
aannam, werd na zijn dood onder dn. goden opgenomen. 410. turbant
roor turbantur. 412. fix. wonden. Hercules bracht de hinde levend te
Mycenae.
5