Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
81-
derhalve de zon even zooveel graden benoorden of be-
zuiden het toppunt' culmineert, en benoorden of be-
duiden het ware oosten of westen op- of ondergaat als
hare noordelijke of zuidelijke declinatie bedraagt, en
eindelijk, dat dag- en nachtbogen van al de hemelliehamen
even groot zijn , of met betrekking töt de zl'on , dat
dag en nacht voor de bewon^s van den equator steeds
even lang zijn. ' ''
9. VRAAGSTUK.
Ben evenwijdigen hemehiand door middel van de aardglobe
oor ie stellen ?
Men brenge de noord- of zuidpool in het toppunt,
of wat hetzelfde is, plaatse de globe overeenkomstig
90® noorder of zuider breedte; in dezen stand-bevin-
den zich dus de hemelpolen m het top- en voetpunt,
en valt het vlak van den equator met het vlak van den
horizon te zamen. Draait men nu de globe in de
richting van de dagelijksche beweging des hemels, dan
« ' , • rj .u
Ziet men:
dat de parallelcirkels op de globe, dus ook de pa-
rallelcirkels aan den hemel, steeds evenwydig blijven
met den horizon, waaruit dan volgt, dat alle hemel-
lichamen door de dagelijksche wenteling (les hemels ,
cirkels beschrijven, die evenwijdig zijn met dén horizon ;
dat, gedurende die bewegmg ^,de eené helft' des hémels
'voor de poolbèwoners s^eeds^ zichtbaar eii de andere
helft steeds onzichtbaar blijft ', en dat'dus oólc de^eene
6