Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
80-
door steeds op denzelfden parallelcirkel te blijven, eni
dus niet van breedte te veranderen. In dit geval reistt
men niet volgens een grooten, maar volgens een klei-
nen cirkel, en is de streek steeds oost of west.
Om zijne tegeuwoner» te bereiken, moet men altijdi
zuid- of noordwaarts reizen.
Om eindelijk zijne ^e^eweoefers te bezoeken, kan men,,
gelijk reeds opgemerkt is, de reis in alle mogelijke j
richtingen beginnen.
8. VRAAGSTUK.
Den rechte» hemelstand door middel mn de aardglobe
voor te stéllen?
Men stelle de globe overeenkomstig de breedte nul,,
of met andere woorden , men plaatse eenig punt van
den equator in het toppunt, alsdan bevinden zich de!
noord- en zuidpool in het vlak van den horizon , en
die horizon zelf valt met een meridiaanvlak of een
declinatievlak te zamen : de equator en de parallelcir-
kels , zoowel aan den hemel als op de aarde staan
bijgevolg loodrecht op het vlak van den horizon : be-
weegt men de glo,be in dezen stand óm hare as, in de
richting van de schijnbare beweging des hemels , dan
ziet men, dat zon en sterren parallelcirkels moeten
beschrijven, die den horizon loodrecht snijden ; dat al
de hemellichamen dus loodrecht op- en ondergaan; dat
eenig punt van de ecliptica gedurende die beweging
steeds op denzelfden afstand van den equator blijft en