Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
O-
volgt, (lat raon, om uit de streek vau den horizon,,
waarin B ten opzichte van A is gelegen , de streek vani
den horizon te vinden, waarin A ten opzichte van Bi
ligt, niet meer het tegenovergestelde punt van deni
horizon zal mogen nemen.
Op dezelfde wijze dus als de strekking van B tot A.
wordt bepaald , zal men die van A tot B moeten be- ■
palen.
Hiervan kan men nog die plaatsen uitzonderen, die
elkanders tegenvoeters zijn, want daar men over twee:
plaatsen, die elkanders tegenvoeters zijn, zoo vele;
groote cirkels kan trekken, als men verkiest, is de:
strekking van twee zoodanige plaatsen ten opzichte van
elkander ook geheel willekeurig.
Laat ons nu tot de algemeenc oplossing van het
vraagstuk , door middel van de globe , overgaan.
Men plaatse de globe overeenkomstig de breedte
van A en brenge A aan den verdeelden rand vau den
algemeenen meridiaan , dan bevindt zich die plaats in
liet toppunt: nu schroeft men den vertikaalcirkel in
het toppunt vast en bewege dien cirkel over de globe
tot dat de plaats B aan den verdeelden rand van ge-
noemden verticaalcirkel ligt: ziet men nu waar de
verticaalcirkel in dezen stand den horizon snijdt, dan
leest men op die plaats de streek van den horizon ,
waarin B ten opzichte van A ligt, of de grootte vau
den hoek, welken de groote cirkel, die over A en B