Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
61-
komstig de streken des hemels, op de plaats waar men
zich bevindt, te plaatsen. Bij het gebruik van het
kompas moet men letten op de miswijzing (declinatie van
de magneetnaald), die voor ons land ongeveer 19° noord-
westering is, en door den geteekenden pijl wordt aan-
gewezen.
li Bij de beschrevene aardglobe heeft men verder een
■koperen quadrant, dat gewoonlijk verticaalcirkel, top-
cirkel of hoogte-quadrant wordt genoemd. Deze kwart-
cirkel wordt aan den algemeenen meridiaan in het top-
punt der globe vastgeschroefd , en wel zoodanig, dat
de verdeelde rand van den verticaalcirkel met h§t juiste
toppunt overeenstemt: het vastschroeven geschiedt dus
altijd aan den onverdeelden rand van den algemeenen
meridiaan. Deze verticaalcirkel is, van beneden naar
boven, in 90 graden verdeeld, en dient om de hoogte
-en het azimuth der zon te bepalen en eenige andere
vraagstukken op te lossen.
Behalve dezen verticaalcirkel, ziet men nog om het
noorder nspunt, een kleinen koperen cirkel, die in 2
maal 1 2 uren is verdeeld , en uurcirkel wordt genoemd.
Deze cirkel moet Koodanig geplaatst worden, dat de
beide lijnen, die 12 uren middag en 12 uren midder-
nacht aanwijzen, juist in het vlak van den verdeelden
rand des koperen meridiaans gelegen zijn: alsdan vindt
men aan de zijde van den uurcirkel, die met het
oosten van den horizon der globe overeenstemt, de
uren vóór den middag, en aan de tegenovergestelde
zijde, de uren na den middag. Dit is evenwel slechts