Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
58-
men op de globe nog andere , die even als de meridi-
anen op 10° afstand van elkander staan.
Tusschen de beide genoemde keerkringen vindt meu
op de globe een' grooten cirkel, die den evenaar in
twee punten snijdt , en de keerkringen aanraakt: dit is
de ecliptica of zonneweg.
Deze cirkel is in twaalf gelijke deelen , ieder van 30
graden , verdeeld , overeenkomstig de teekens van den
dierenriem. Bij het begin van ieder twaalfde deel ,
vindt men het overeenkomstige teeken van den dieren-
riem geplaatst: elk teeken is verder in 3 gelijke deelen ,
ieder van 10 graden, verdeeld.
Voor de bewoners van het noordelijk halfrond is het
snijpunt van de ecliptica en den equator, waarbij men
het teeken van den Eam ziet , het lentepunt, eu het
andere snijpunt, het herfstpunt; het punt, waar dë
ecliptica den kreeftskeerkring aanraakt, het zomerzon-
iiestandspunt, en het punt waar zij den steenbokskeer-
kring aanraakt, het winterzonnestandspunt.
De globe met den algemeencn meridiaan is, door
Tniddel van twee sleuven, in een'houten ring geplaatst >
zoodanig, dat de eene helft van de globe zich boven
en de andere helft zich beneden het oppervlak van den
'houten ring bevindt, en laat zich zoodanig in dien ring
verplaatsen , dat alle graden van den koperen meridiaan
met het oppervlak van den ring overeenstemmen Voor
plaatsen op "de aarde, 90" boven dien ring of, zöoals
men zegt, in het toppunt der globe, kan deze opper-
vlakte van den houten ring dus als horizon dienen: