Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
De uurhoek ia dus gelijk aan den hoog mn den equator f
begrepen tusschen den meridiaan van den waarnemer en den
declinatiecirkel van het hemellichaam.. Meh teU den uurhoek
van het zuiden naar het westen tot 360" qf '2 4 %iren; of men
onderscheidt oostelijke qf negatieve en westelijke of positieve
uurhoeken.
Is liet hemellichaam de zon, dan is de uurhoek
gelijk aan den verloopen tijd na den middag. Wanneer
b. v. de uurhoek van de zon gelijk 60" is , dan ia
het 4 uur na den mirldag. De uurhoek van de zon
IS dus de ware zonnetijd van den waarnemer.
De declinatiecirkels worden ook wel uarcirkeU ge-
noemd.
TJven ah de uurhoek van de zon de ware zonnetijd
wordt genoemd, noemt men den uurhoek van het lentepunt den
waren sterretijd.
/
Gaat het lentepunt door het bovengedeelte van den
meridiaan , dan is de sterretijd nul. De sterretijd van
eenig oogenblik is dus de tijd, die vcrioopen is, sedert
den doorgang van de lentesnede door het bovenge-
deelte des meridiaans. De sterretijd der waarneming
van eenig hemellichaam is dus steeds gelijk aan de'
som van rechte opklimming en uurhoek van het hemel-
lichaam.
Op observatoria maakt men meestal gebruik van dè»
sterretijd.
De sterretijd wordt geteld van O tot 24 uren.