Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
35. c. J)e richting der gezichtslijn van een punt des hemelse
wordt, ten opzichte van het vlak van de ecliptica, door lengte-,
en hreedte bepaald.
Een vlak, dat door een punt des hemels en de as der eclip-
tica gebracht wordt, en dal dus hodrecht op het vlak van det
ecliptica staat, wordt breedtedak, en de cirkel, volgens welken t
dit vlak den hemel snijdt, breedtecirkel genoemd.
Door de breedte van een punt aan den hemel, verslaat men t
den hoek, welken de gezichtslijn van het punt, uit hel middel- •
punt der anrde gezien , met hare projectie op het vlak van de
ecliptica maakt, en die hoek wordt gemeten door den boog van i
den breedtecirkel, begrepen tusschen het punt en de ecliptica..
De breedte is noordelijk of zuidelijk , naarmate het punt ten t
noorden of ten zuiden van de ecliptica gelegen is.
Door de lengte van een punt des hemels verstaat men den\
hoek , dien het breedtevluk van hst punt met het breedtevlak:
van het lentepunt maakt; die hoek wordt gemeten door den \
boog van de ecliptica, begrepen tusichen het lentepunt en het'
snijpunt van den breedtecirkel van het punt des hemels met de '
ecliptica.
De lengte wordt van het westen naar het oosten,
van het lentepunt af, van O" tot 360V geteld.
De lengte en breedte van plaatsen op de aarde
worden, ter oiiderseheiiling van de Ijovengenoemde,
ook wel geojrapkische lengte en breedte genoemd.
3G. De hoek, welken het decUnatievlak van eenig hemel-
lichaam met het meridiaanvlak van den waarnemer maakt,
wordt de uurhoek van het hemellichaam genoemd.