Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
nende, van O" M 360o geleld. Ook begint men hel azimuttt
wel van beide punten noorden en zuiden, en telt men dan vam
O" tot 180".
De hoek, welken de gezichtslijn van eene ster mett
den verticaal maakt, en die dus het complement vam
de hoogte is, wordt de toppuntsafitand van de sterr
genoemd.
De cirkels, die men zich aan den hemel evenwijdig;
met den horizon denkt, worden cirkels van gelijke;
hoogte of almucantarats genoemd.
In plaats van het azimuth gebruikt men ook wel,,
bij het op- en ondergaan der hemellichamen, de noor-
delijke en zuidelijke afwijking van het ware oosten of'
westen: deze noorder of zuider afstand vau het 1
oosten of westen noemt men de noordelijke of zuide-
lijke amplitudo of streek van den op- of ondergang. ,
Van de zon is dus de amplitudo nul, wanneer zij j
zich in den evenaar bevindt, noordelijk wanneer zij j
zich voor ons boven, en zuidelijk wanneer zij zichi
voor ons beneden den equator bevindt.
De verticaalcirkel , die door de punten van hett
ware oosten en westen gaat, wordt eerste verticaalcir-
kel of ook wel eerste verticaal genoemd.
3S. b. De gezichtslijn van eene sier wordt , ten opzichte
van het vlak des equators , door declinatie of afwijking en!
ascensio recta oj rechte opklimming bepaald.
Eet vlak, dal door een punt des hemels en de hemelas
gaat, wordt het declinatievlak , en de cirkel, volgens welken i
dit vlak den hemel snijdt, de declinatie-cirkel van hei punt genoemd.,