Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
Ook wordt deze schemering wel sterrekundige schemering
genoemd, ter onderscheiding van de burgerlijke schemering,
\Delke slechts zoo lang duurt als men na den ondergang en
16jr den opgang der zon nog duidelijk y zonder kunstlicht ^ kan
zien. Men rekent dat de burgerlijke schemering ophoudt 'of
aanvangt bij eene diepte der zon van ongeveer 6 ^/j
Onder den evenaar gaat de zon loodrecht op en
onder; hoe verder men zich van den evenaar verwij-
dert, des te schuiner ziet men de zon op- en onder-
gaan , waaruit dus 'volgt , dat onder den evenaar de
zon in korter tijd den boog van 18" beneden den ho-
rizon heeft afgelegd , dan onder den schuinen hemel-
stand.
De morgen- en avondschemering duurt derhalve'des
te langer, hoe verder men zich vau den evenaar ver-
wijdert, zoodat zij onder de polen bijna 2 maanden
duurt.
Door de schemering worden dus de lange nachten
in de koude lu-chtstreken der aarde veel verkort; ook het
noorderlicht draagt veel toe om de duisterhis van die
lange nichten te verminderen.
In het toppunt is de straalbreking O, en in den
horizon het grootst.
De straalbreking is ook de oorzaak dat zon en maan '
bij den horizon zich niet roud, maar ovaal of lang-
werpig rond vertoonen.
33, Gelijk r^eds gezegd is, zijn dag en nacht onder den
venaar even lang of duren heide 12 uren* Verwijdert men
ich van den equator ^ dan duurt de langste dag meer dan 13
3