Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
cirkel niet ver van en nagenoeg evenwijdig met den
horizon beschrijft, of zij blijft geheel beneden den
horizon (*), De zonnestralen maken dus voor die
streken een zeer scherpen hoek met de oppervlakte
van den grond, of worden aldaar eenigen tijd des jaars
geheel gemist. Van daar de groote koude , die in die
streken heerscht, en die aanleiding gegeven heeft tot
den naam van koude of bevrozene luchtstreek. (Zie
no. 16.) n
Tusschen de keerkringen en de poolcirkels beschrijft
de zon steeds dagbogen , die een gedeelte van het jaar
het toppunt steeds naderen en dus steeds aangroeien ,
en een ander gedeelte van het jaar zich aanhoudend
van het toppunt verwijderen en dus korter worden ,
zonder dat de zon circumpolair wordt of steeds beneden
. den horizon blijft (f).
De warmte van het eene gedeelte des jaars gaat dus
voor die streken langzamerhand over in de koude van
het overige gedeelte en omgekeerd, waardoor de over-
gangen der jaargetijden ontstaan en de naam van ge-
^ matigde luchtstreek voor die oorden der aarde. (Zie
no. 16.)
(*) Deze verschijnselen zullen later bij een der vraagstukken uit*
voeriger behandeld worden. *
(t) Men moet hier vooral o^erken, dat, ofschoon in den zomer
de zonnestralen schuiner op den groiid mogen vallen dan tusschen de
keerkringen , dit verlies aan warmte ten deele vergoed wordt door
het langere verblijf van de zon boven den horizon.