Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
koude luchtstreken (zie no. 16), aanleiding hebben ge-
geven.
Bij den hemelstand onder den kreeftskeerkring ziet
men op den middag van den 22sten Juni (den zomer-
zonnestand) de zon in het toppunt; op de andere da-
gen des jaars culmineert zij steeds bezuiden het toppuut,
even als voor alle plaatsen tusschen 23''27'3Ü" en
66»32'30" noorder breedte.
Bij den hemelstand onder den steenbokskeerkring
ziet men in den winterzonnestand (22 Dec,) de zon in
het toppunt: op alle andere dagen des jaars culmineert
zij benoorden het toppunt; op plaatsen van 23"27'30"
tot 66032'30" zuider breedte, ziet men derhalve de
zon alleen in het noorden culmineeven,
Tusschen de keerkringen ziet men de zon twee dagen
des jaars op den middag in het toppunt culmiiieeren.
Op de voorgaande en volgende dagen des jaars komt
de ïon op den middag wel niet in het toppunt, maar
die afwijking van het toppunt is toch gering. Onder
de keerkringen zelve kan de afwijking van het toppunt
op den middag niet grooter wezen, dan éö'SB'. Tus-
schen de keerkringen vallen dua de zonnestralen twee-
malen des jaars op den middag loodrecht op de opper-
vlakte der aarde, en op de andere dagen des jaars
steeds onder een' hoek, die weinig van 90° verschilt.
De streek der aarde tusschen de keerkringen
wordt alzoo door de zon het geheele jaar door sterker
verhit, dan eenige andere gordel; men noemt dien