Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
èeselirijven a'daar heelt men namelijk den equator tol horizon,
en, dewijl nu de parallelcirkels evenwijdig met den equator ■
loopen , zoo zijn zij ook evenwijdig met den horizon.
Dit noemt men den evenwijdigen hemelstand.
Voor de bewoners der polen zou de zon zich dus
achtereenvolgend 6 maanden boven en 6 maanden be-
neden den horizon bevinden. Hare dagelijksche bewe-
ging wijkt zoo veel af van den evenwijdigen stand als
hare dagelijksche verandering in afwijking (zie no, 35. b.) i
bedraagt.
Bij den evenwijdigen stand is een der polen in het
toppunt, de andere in het voetpunt.
31. In de geweiten tusschen den equator en de polen
tiet men de hemellichamen parallelcirkels beschrijven, die
schuin op den horizon staan.
Dit wordt de schuine hemelstand genoemd,
In dezen stand zijn de dag- en naehtbogen van
de hemellichamen, beiialve van de sterren, die in
den equator staan , ongelijk, en derhalve ook de dag-
en naehtbogen van de zon, behalve op den 21 sten
Maart en den 23sten September.
Den schuinen hemelstand hebben alle plaatsen
welke tusschen den evenaar en de polen liggen. Voor
plaatsen echter, die tusschen de keerkringen en binnen
de poolcirkels zijn gelegen, hebben er bijzondere ver-
schijnsels, met betrekking tot de zon, plaats, die tot
de verdeeling in hcete of verzengde, gematigde en