Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
onze woonplaats is gelegen: is het bij ons middag,,
dan hebben de oostelijke plaatsen reeds middag gehad,,
terwijl het op de westelijke plaatsen nog middag moett
worden.
Doet men eene reis om de aarde, dan zal mem
derhalve bij de terugkomst een geheelen dag vóór off
achter wezen, naarmate de reis oostelijk of westelijks
werd uitgevoerd.
84. Boor de schijnbare jaarlijksche beweging der zon em
de helling van de as der aarde op het vlak van de ecliptica,,
ontstaat de afwisseling der jaargetijden op de aarde , alsmedet
die van de lengte der dagen en nachten.
Laat men meridianen gaan door de nachtevenings--
en door de zonnestandspnnten, dan noemt men beidee
meridianen, coluren of getijscheiders.
De eerste wordt coluur der nachteveningen en dee
tweede coluur der zonnestanden genoemd. Deze tweee
meridianen', welke loodrecht op elkander staan, wijzen»
met betrekking lot den schijnbaren jaarlijkschen loopp
der zon aan den hemel', de scheiding der jaargetijdena
aan.
Vielen de vlakken van ecliptica en equator te zamen,,
dan zou het onderscheid vau jaargetijden op de aarden
verdwijnen, en dag en nacht ten allen tijde en overall
even lang zijn.
SS. Be bewoners van plaatsen op de aarde, die ^nderr
demelfden parallelcirkel liggen, of wat hetzelfde is, gelykec
noorder of gelijke zuider breedte hebben en 180° in lenglet
verschillen, worden omwoners (perioecï) genoemd.