Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
noemt men dezulke, wier vlakken den bol in twee ge-
lijke deelen verdeelen , zoo als de horizon, de ecliptica,
de equator en de meridianen.
• i». Verlengt men de lijn, die in het middelpunt der
aarde loodrecht op het vlak der ecliptica staat, tot aan den
hemel, dan noemt men de uiteinden van deze lijn de polen
van de ecliptica. Be vlakken , die men door deze polen even-
wijdig mei het vlak van den equator laat gaan, snijden het
hemelgewelf volgens cirkels, die men poolcirkels noemt. Be over-
eenkomstige cirkels op de aarde worden de poolcirkels der aarde
genoemd. Be poolcirkels, die in noord- en zuidpoolcirkel wor-
den onderscheiden , bevinden zich dus op een' afstand van
23''27'30" van de polen des equators.
De poolcirkels zijn, even als de keerkringen, paral-
lellen en dus kleine cirkels.
Even als de keerkringen liggen ook de poolcirkels aan
den hemel en op de aarde niet in hetzelfde platte vlak.
Hetzelfde dient bij alle kleine cirkels opgemerkt te worden.
16. Be keerkringen en poolcirkels verdeelen de opper-
vlakte der aarde in zonen of luchtstreken. Tusschen de polen
en poolcirkels heeft men de koude', tusschen de poolcirkels en
keerkringen de gematigde luchtstreken en tusschen de beide
keerkringen de verzengde luchtstreek,
\
Men heeft derhalve eene noorder en zuider koude,
^ alsmede eene noordcr en zuider gematigde luchtstreek.
Elke koude luchtstreek bevat 23''27'30", elke ge-