Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
het W. en N.W. de streek West Noord-West en tus-
schen het N.W. en N. de streek Noord Noord-West.
Verdeelt men eindelijk ieder dezer 16 hoeken van
22''30' weder in Iwee gelijke deelen, dan verkrijgt
men 32 hoeken van IPla' of de 32 gebruikelijke
streken van het. kompas, namelijk:
Noord. ^ Oost. Zuid. West.
N. t. O. ' O, t. Z. Z, t. W. W. t. N.
N. N. O. O. Z. O. Z. Z. W. W. N. W.
N. O. t. N. Z. O. t. O. Z. W. t. Z. N. W. t. W.
N. O Z. O. Z W. N. W.
N. O. t O. Z. O. t Z. Z. W^ t. W. N. W. t. N.
O. N O. Z. Z. O. W. Z. W, N, N. W.
O. t. N. Z. t. O. W. t Z. N. t. W.
ï 3. De uileinden van de lijn, volgens welke de vlakken
van ecliptica en equator elkander snijden , worden evennachts-
punten genoemd.
Bij de schijnbare beweging der zon in de ecliptica , notmt
men dat uiteinde van de snijlijn der gtnoemde vlakken , door
hetwelk de ion boven den equator klimt , de lentesnede of het
lentepunt, en het tegenovergestelde uileinde , de herJAsnede of
het herfstpunt. (Zie no. 19.)
De beide punten lentesnede en herfstsnede worden
eveiinachtspunten (Aequinoctia) genoemd , omdat ten
^ tijde dat de zon in die punten van de ecliptica slaat,
den 21 Maart en den 23 September, dag en nacht
over^de geheele aarde even lang zijn.
Door den teruggang der nachteveningen gaan die
punten jaarlijks ongeveer 50" op de ecliptica terug.