Boekgegevens
Titel: Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Auteur: Hennekeler, G. van
Uitgave: Assen: J.O. van Houten, 1867
4e verbeterde en verm. dr; 1e dr.: 1853
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4574
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203283
Onderwerp: Astronomie: praktische astronomie: algemeen, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Globes, Kosmografie, Tijdrekening, Positiebepaling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte handleiding tot het gebruik der aardglobe bij het onderwijs in de wiskunstige aardrijksbeschrijving voor gymnasia, hoogere burgerscholen, instituten en tot zelfoefening
Vorige scan Volgende scanScanned page
hoek wordt gewoonlijk de helling van de ecliptica
genoemd.
De aardas helt dus met een hoek van 66"32'30"op
het vlak van de ecliptica.
De equator of evenaar verdeelt de oppervlakte der
aarde in een noordelijk en zuidelijk halfrond.
De uiteinden van de aard- en hemelas noemt men
ook de polen van den equator. Staat de zon in den
equator of evenaar, dan zijn dag en nacht over de
geheele aarde even lang , en op de plaatsen der aarde
onder den evenaar gelegen, hebben dag en nacht steeds
gelijke lengte; van daar de naam equinoctiaal of
evennachtslijn.
11. Hel vlak, dat door den verticaal eener plaats der
aarde en de hemelas gebracht wordt, noemt men het meridi-
aanvlak of middagsvlak.
Dit vlak snijdt de aarde en hel denkbeeldige hemelgewelf
volgens cirkels, die meridianen of middagcirkels op de aarde
en aan dm hemel worden genoemd.
Staat de zon boven den horizon in den meridiaan
van eenige plaats der aarde , dan is het voor die plaats
middag; zij heeft alsdan haren hoogsten stand voor
dien dag aan den hemel bereikt, en wordt gezegd
te culmineeren in het bovenste gedeelte van den meri-
diaan ; de benedenste culminatie, of liever doorgang,
heeft plaats, wanneer de zon ten 12 ure, middernacht,
weder in den meridiaan komt, maar dan beneden den
horizon. Voor plaatsen tusschen de poolcirkels en de
polen kunnen beide doorgangen boven den horizon
plaats hebben.